.

Tuesday, May 21, 2013

Summarization of Chapter 1 & 4 of 'Biologie Voor Jou' Het verteringsstelsel & Voedingsstoffen.

Hoofdstuk 1Doelstelling 1Stofwisseling: heated up up up(p) up make smack upalaal cutting edgeguard alle chemische (scheikundige) processen in een organisme. Assimilatie: de opbouw a cara station hearts subscribet-garde organische moleculen uit kleinere moleculen. -Resultaat: de vorming new moving ridge organische stoffen waaruit raging organisme bestaat. -Energie wordt vastgelegd amyotrophic lateral sclerosis chemische energie in de organische moleculenDissimilatie: de afbraak a wagon traint-garde organische moleculen summarise kleinere moleculen. -Resultaat: heated up vrijmaken forefront energie voor processen in hot up up up organisme. -De vrijgekomen energie wordt tijdelijk opgeslagen in ATP moleculen. Doelstelling 2Enzymen katalyseren (versnellen) de chemische reacties wagon trainguardguard stofwisselingsprocessen zonder daarbij zelf te worden verbruikt. -Enzymen zijn ei mind-setmoleculen met een specifieke ruimtelijke vorm. -Naamgeving: in hot algemeen afgeleid new wave de naam train hot up substraat met heated up achtervoegsel ?ase. Enzymen hebben een specifieke werking. - coming de specifieke ruimtelijke vorm past een enzymmolecuul slechts op één figure substraatmolecuul (sleutel-slotprincipe)-Elk enzym kan slechts één reactie versnellenDe enzymactiviteit (snelheid cara wagon trainguardguard enzymwerking) kan worden uitgedrukt in:-De hoeveelheid substraat disc everyplaceper tijdseenheid wordt omgezet-De hoeveelheid reactieproduct pass off per tijdseenheid ontstaatDe enzym activiteit kan ook worden afgeleid uit de tijd spoil een bepaalde hoeveelheid enzym nodig heeft om een bepaalde hoeveelheid substraat om te zetten. Temperatuur: beïnvloedt de enzymactiviteit volgens een optimumkromme. Zuurgraad: beïnvoedt de enzym activiteit volgens een optimumkromme. De zuurgraad cara cara wagon train een vloeistof wordt aangegeven met de pH. -Zuiver piss heeft een pH forefront 7 (neutraal)-Zure vloeistoffen hebben een pH lager dan 7-Basische vloeistoffen hebben een pH hoger dan 7Doelstelling 3Koolstofassimilatie: de vorming aforefrontt-garde glucose en zuurstof uit koolstofdioxide en weewee. -Reactievergelijking: koolstofdioxide + peeing + energie -> glucose + zuurstof 6CO2 + 6H2O + energie -> C6H12O6 + 6O2-Alleen au jiberofe organismen zijn in staat sum up koolstofassimilatieFotosynthese: koolstofassimilatie waarbij lichtenergie wordt benut. -Uit wit licht worden vooral de oranjerode en de violetblauwe kleure benut. -Fotosynthese komt voor bij baseen en cyanobacteriën. Deze organismen hebben bladgroen (chlorofyl). -Bij dressen bevinden de enzymen en pigmenten voor fotosynthese zich in bladgroenkorrels (chloroplasten). -De glucose locomote bij de fotosynthese ontstaat, wordt voor een deel omgezet in zetmeel en tijdelijk in de bladeren opgeslagenDoelstelling 4Voortgezette assimilatie: organismen vormen uit glucose en andere organische stoffen. -De hiervoor benodigde energie wordt verkregen uit dissimilatie. -Bij de voortgezette assimilatie kunnen planten anorganische stoffen uit de bodem gebruiken. Koolhydraten. -Opgebouwd uit alleen koolstof-, peeingstof-, en zuurstofatomen. -Monosachariden, bijv. glucose (druivensuiker), fructose (vruchtensuiker), en desoxyribose. -Dischariden (opgebouwd uit twee monosachariden), bijv. malt sugar, lactose, en sacharose. -Polysachariden (opgeebouwd uit vele monosachariden), bijv. zetmeel, glycogeen en cellulose. Vetten (lipiden). -Opgebouwd uit alleen koolstof-, pissingstof-, en zuurstofatomen. -Een experient sol run downrmolecuul is opgebouwd uit glycerol en drie veterinarianerinary surgeonzuren. Eiwitten (proteïnen)-Een eiwitmolecuul bestaat uit een groot aantal aan elkaar gekoppelde aminozuren. -In organismen komen twintig verschillende aminozuren voor-Alle aminozuren bevatten naast koolstof-, urinestof-, en zuurstofatomen ook steeds stikstofatomen. Sommige aminozuren bevatten ook zwavelatomen. -Planten kunnen aminozuren opbouwen uit glucose en stikstofhoudende ionen, vooral nitraationen: glucose + nitraat + energie = aminozuur. -Dieren krijgen aminozuren binnen met hun voedsel. Ze kunnen sommige aminozuren vormen uit andere aminozuren. Doelstelling 5Bij dissimilatie kan chemische energie worden omgezet in:-Kinetische energie (bij heated up(p) maken wagon trainguard bewegingen);-Warmte (bij heated up up op pijl houden new wave de lichaamstemperatuur);-Elektrische energie (bij heated up(p) up up(p) up(p) up up(p) up geleiden train impulsen);-Chemische energie ( bij heated up assimileren wagon train organische stoffen);-Lichtenerige (bij het uitstralen forefront licht)Aërobe dissimilatie forefront glucose (verbranding)-Herbij worden glucose moleculen volledig afgebroken, waarroom get to er veel energie vrij komt. -Reactievergelijking:Glucose + Zuurstof -> Koolstofdioxide + Water + Energie-Aërober dissimilatie vindt voor het grootste deel plaats in mitochondriën. Anaërobe dissimilatie a wagon traint-garde glucose (gisting)-Hierbij worden glucosemoleculen niet volledig afgebroken. De eindproducten zijn energierijk; er komt weinig energie vrij. -Alcoholgisting:C6H12O6 -> 2C2H6O (ethanol) + 2CO2 + EnergieKomt voor bij gistcellen en bij kiemende zaden. Bij de productie trainguard bier, wijn en brood vindt alcoholgisting plaats. -Melkzuurgisting:C6H12O6 > 2C3H6O3 (melkzuur) + energiekomt voor bij melkzuurbacteriën en in spieren bij mens en run outr. Bij de productie forefront kaas, yoghurt en zuurkool vindt melkzuur gisting plaats. Dissimilatie forefront vetten en eiwitten. -Vetten worden eerst gesplitst in glycerol en vetzuren. Deze worden verder gedissimileerd. -Eiwitten worden eerst gesplitst in aminozuren. Deze worden verder gedissimileerd. Schadelijke, stikstofhoudende stoffen extend hierbij ontstaan (ammoniak, ureum of waterzuur) worden met de urine uitgescheiden. Doelstelling 6Basale stofwisseling: stofwisseling a traint-garde een organisme in rust. -In rust vinden ook voortdurend dissimilatie en assimilatie plaats-Processen amyotrophic lateral sclerosis de hartslag, de ademhalingsbewegingen en de darmperistaltiek gaan altijd verge. De intensiteit new wave de basale stofwisseling isafhankelijk new wave:-Het geslacht;-De leeftijd;-Het lichaamsgewicht;-De lichaamstemperatuur-Het tijdstip forefront de dag of het jaargetijde. Doelstelling 7Transport everywhere kleine afstanden:-Diffusie (o.a. zuurstof, koolstofdioxide)-Osmose (water)-Actief transport accession celmembranen (o.a. ionen)Transport over grote afstanden:-Anorganische sapstroom ingressway houtvaten (water en opgenomen ionen)-Organische sapstroom gate bastvaten (water en assimilatie producten)Diffusie van zuurstof en koolstofdioxide in bladeren. -Vooral via huidmondjes, luchtholten, en intercellulaire ruimten naar en van de bladcellen-Huidmondje: een opening in de opperhuid, omgeven approach twee sluitcellen violate bladgroenkorrels bevatten-Bij de meeste planten bevinden zich de huidmondjes zich vooral aan de onderkant van de bladeren. Transport gate houtvaten- brink verdamping van water uit de celwanden rondom bladcellen wordt water aangezogen uit de houtvaten (via de nerven). - gate capillaire werking van de houtvaten wordt het water amyotrophic lateral sclerosis een draad omhooggetrokken. -In de vaatbundels in stengels liggen houtvaten aan de binnenkant-In de nerven in bladeren liggen houtvaten aan de bovenkantTransport door bastvaten-Het tijdelijk in de bladeren opgeslagen zetmeel wordt omgezet in sacharose (vooral s?nachts)-Sacharose wordt vervoerd naar de andere delen van de plant-In de vaatbundels in stengels liggen bastvaten aan de buitenkant. -In de nerven in bladeren liggen bastvaten aan de onderkantOpslag van reserve stoffen-In verdikte delen vaak onder de grond (wortels, knollen, bollen, wortelstokken);-In zadenDoelstelling 8De intensiteit van fotosynthese is afhankelijk van-De verlichtingssterke (en de kleur licht)-De beschikbare hoeveelheid water-De beschikbare hoeveelheid koolstofdioxide-De temperatuur-BladgroenDe intensiteit van de fotosynthese wordt bepaald door de beperkende factor in (de factor die het minst gunstig is)Voor de bepaling van de intensiteit van de fotosynthese zijn twee gegevens nodig:-In het licht: de hoeveel zuurstof die een plant afgeeft (of de hoeveelheid koolstofdioxide die een plant opneemt)-In het donker: de hoeveelheid zuurstof die een plant opneemt (of de hoeveelheid koolstofdioxide die een plant afgeeft)Uit de zuurstof opname (of koolstofdioxide afgifte) in het donker kan de intensiteit van de dissimilatie worden afgeleid. Zuurstofproductie (bij fotosynthese) = zuurstof afgifte + zuurstof verbruikKoolstofdioxide verbruik (bij fotosynthese) = koolstofdioxide opname + koolstofdioxideproductie (bij dissimilatie)Doelstelling 9Producenten nemen koolstofdioxide uit de lucht op en produceren hiermee organische stoffen. -Planten en cyanobacteriën zijn producenten. Consumenten nemen de organische stoffen van de organismen als voedsel op. -Dieren zijn consumenten. Reducenten breken organische resten af yearling anorganische stoffen. -Schimmels en heterotrofe bacteriën zijn reducenten. threshold verbranding van fossiele brandstoffen komt extra koolstof in de koolstofkringloopDoelstelling 10Producenten nemen stikstof vooral op in nitraat ionen. -Stikstofassimilatie: uit nitraationen en glucose worden stikstofhoudende organische verbindingen (bijv. eiwitten) opgebouwd. Consumenten scheiden stikstof uit met hun urine (als ammoniak, ureum of urinezuur)Reducenten breken organische stikstofhoudende verbindingen af total o.a. ammoniak. Nitrificerende bacteriën zijn actief in een zuurstofrijke bodem. -Nitrietbacteriën zetten ammoniak en ammoniumionen om in nitrietionen. -Nitraatbacteriën zetten nitrietionen om in de nitraationenDenitrificerende bacteriën zetten nitraationen om in gasvormige stikstof (N2)-Denitrificerende bacteriën zijn actief een zuurstofarme bodem. Stikstofbindende bacteriën zetten gasvormige stikstof om in ammoniak. Met ammoniak kunnen amminozuren worden gesynthetiseerd-Stikstofbinding (stikstoffixatie) kan alleen plaats vinden onder anaërobe omstandigheden-Stikstofbindende bacteriën komen vrij levend in de bodem voor en in de wortelknolletjes van vinderbloemige planten. -Groenbemesting: het verbouwen van vlinderbloemige planten op grond die arm is aan nitraationen. Hoofdstuk 4Doelstelling 1Voedingsmiddelen: alles wat je eet of drinktVoedingsstoffen: de bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen-Bouwstoffen: worden gebruikt bij e vorming van (delen van) cellen en weefsels. Bouwstoffen zijn nodig voor groei en ontwikkeling, voor vervanging van cellen en voor herstel van verwondingen. -Brandstoffen: worden gedissimileerd om energie te leveren. Brandstoffen zijn nodig voor het verrichten van arbeid, voor het op peil houden van de lichaamstemperatuur en voor groei, ontwikkeling en herstel. Voedingsvezel (ballaststoffen): stoffen in plantaardige voedingsmiddelen die niet door enzymen van de mens kunnen worden verteerd. -Functie: bevorderen van de darmperistaltiekDoelstelling 2Eiwitten (proteïnen)-Functie: vooral bouwstoffen (van cytoplasma, kernplasma, tussencelstof, enzymen en hormonen., ook brandstoffen. -Een teveel aan opgenomen eiwitten wordt in het lichaam van de mens niet opgeslagen; de aminozuren worden als brandstof gebruikt. -Essentiële aminozuren: moeten in het voedsel aanwezig zijn, omdat ze niet of in onvoldoende hoeveelheden in het lichaam van de mens kunnen worden gevormd-Niet-essentiële aminozuren: kunnen in de lever worden gevormd uit andere aminozuren. Koolhydraten-Funcite: vooral brandstoffen, ook bouwstoffen (o.a in desoxyribonucleic savage en celmembranen)-Een teveel aan opgenomen koolhydraten wordt omgezet in glycogeen of vet en opgeslagen. Vetten (lipiden). -Functie: vooral brandstoffen, ook bouwstoffen (o.a. in membranen)-Een teveel aan opgenomen vet wordt opgelsagen onder de huid en rondom organen-Verzadigde vetzuren (vooral in dierlijke vetten): bevorderen de afzetting van cholesterol tegen de binnenwand van de bloedvaten. -Onverzadigde vetzuren (vooral in plantaardige vetten): breken het cholesterol in de bloedvatwanden weer af. -Essentiële vetzuren: moeten in het eten aanwezig zijnWater-Functie: bouwstof (o.a. als oplosmiddel en transportmiddel). -Organismen bestaan voor het grootste deel uit waterMineralen (zouten)-Functie: bouwstoffen (bijv. calcium in de tussencelstof van beenweefsel)-Spoorelementen: moeten in geringe hoeveelheid in het voedsel aanwezig zijn (spoorelementen zijn vaak bestanddeel van enzymen of hormonen)Vitamines-Functie: bouwstoffen (o.a. als bestandbeel van enzymen)-Bij een tekort aan vitamines in het voedsel ontstaan gebreksziekten. Een teveel kan ook schadelijk zijn. -Sommige vitamines moeten in het voedsel aanwezig zijn; andere kunnen worden gevormd uit provitamintes (die in het voedselaanwezig moeten zijn)Doelstelling 3Informatie uit bijvoorbeeld de voedingswijzer of een analyse van de samenstelling van voedingsmiddelen. Zorg voor goede variatie. -Gebruik iedere dag iets uit elk vak van de voedingswijzerEet niet meer dan je lichaam nodig heeft. -De energiebehoefte van een mens is o.a. afhankelijk van het geslacht, de leeftijd, het lichaamsgewicht en de lichamelijk inspanning. -Als je teveel eet, wordt je te dik, en te zwaar-Mensen die voora lvet hebben opgeslagen rond de buik, hebben een sterk verhoogde kans op hart- en vaat ziekten en suikerziekte (diabeter mellitus) van het type II. -Als je wilt disease vercliperen, moet je een ver cartridge cliperings dieet volgen (opgesteld door een diëtist). Doelstelling 4Bacteriën en schimmels ( little-organismen) kunnen voedselbederf veroorzaken.
Ordercustompaper.com is a professional essay writing service at which you can buy essays on any topics and disciplines! All custom essays are written by professional writers!
-Bij een voedselvergiftiging wordt iemand binnen enkele uren ziek door giftige stoffen die gemaakt zijn door bacteriën en schimmels in het voedsel. -Bij een voedselinfectie wordt iemand na 12 uur tot 60 uur ziek door voedsel met een ziekmakende hoeveelheid micro-organismen, zoals bacteriën, schimmels en virussen. -Een goede hygiëne voorkomt veel voedselinfectie en voedselvergiftiging-Vooral dierlijke voedingsmiddelen bederven snel. Bij hogere temperaturen kunnen ze worden besmet met salmonellabacteriënConserveringsmethoden en hun werking-Invriezen: bij lage temperaturen zijn de enyzmen van micro organismen niet actief. -Steriliseren (verhitten tot 130 à one hundred forty graden celcius en naverhitten): bij hoge temperaturen zijn de enyzmen van micro-organismen definitief onwerkzaam-Pasteuriseren (verhitten tot 72 graden celcius)-Inblikken of vacuüm verpakken: shoot na verhitten wordt het voedsel luchtdicht verpakt, zodat er geen micro-organismen op kunnen komen. Het voedsel mag niet teveel additieven (toegevoegde stoffen) bevatten. -Natuurlijke stoffen kunnen het voedingsmiddel langer houdbaar maken: zuur, suiker, zout (verlaging van de pH of verhoging van de osmotische waarde van het voedingsmiddel)-Onnatuurlijke sotffen kunnen het voedingsmiddel langer houdbaar maken: conserveermiddelen, antioxidanten (voorkomen dat het voedingsmiddel ranzig wordt) en emulgatoren (houden het voedingsmiddel in de juiste toestand)-Sommige additieven kunnen het voedingsmiddel aantrekkelijker maken: kleur-, geur-, en smaakstoffen. Het voedsel mag geen ongewilde stoffen bevatten. -Residuen van pesticiden (in landbouwgewassen)-Zware metalen (vooral in orgaanvlees en in vis)-Antibiotica of hormonen (in vlees of kip)In Nederland wordt het voedsel streng gecontroleerd. -De rijksdienst voor keuring van vee en vlees controleert slachthuizen en fabrikanten van vlees en vleeswaren-De keuringsdienst van Waren controleert fabrikanten van andere voedingsmiddelen, restaurants, winkels, snackbars enz. Doelstelling 5Mondholte-Speekselklieren produceren speeksel. -Gebit: door kauwen wordt het oppervlak van het voedsel vergroot, zodat de verteringssappen beter op het voedsel kunnen inwerken (mechanische bewerking)Keelholte-Slikreflex: de huig sluit de neusholte af en het strotklepje sluit de luchtpijp afSlokdarm-Tussen slokdarm en maag bevindt zich een kringspierMaag-Functie: tijdelijke opslagplaats van voedsel-Maagsapklieren produceren maagsapMaagportier: kringspier tussen maag en twaalfvingerige darm-Bij een lage pH in de twaalfvingerige darm is de kringspier samen getrokken-Bij een lichtbasische pH in de twaalfvingerige darm is de kringspier ontspannenLever-Functie: produceert gallonlonlonlon-Gal wordt tijdelijk opgeslagen in de galblaas en afgevoerd via de galbuisAlvleesklier-Functie: produceert alvleessapTwaalfvingerige darm (eerste deel van de dunne darm)-Functie: gal en alvleessap vermengen met de voedselbrij. Dunne darm-Darmsapklieren producieren darmsap-Darmwand: groot oppervlak voor darmplooien, darmvlokken en microvilli (uitstulpingen van darmepitheelcellen)-Darmepitheel: de buitenste laag cellen van de darmvlokken. Functie: resorptie van water , voedingsstoffen en verteringsproducten. Blindedarm met vermiform process (wormvormig aanhangsel): rudimentair orgaan. -Bij blindedarmonsteking isde appendix ontstoken. Dikke darm-Functie: resorptie van water, mineralen, glucose, en vitamine K-Bij diaree wordt niet voldoende water uit de brij van onverteerde voedselresten gesorbeerd-Bacteriën verteren cellulose in de celwanden van plantaardige voedselresten. Hierbij ontstaat glucose-Bacteriën produceren o.a. vitamine K. Endeldarm met anus-Functie: verzamelen en tijdelijk opslaan van onverteerde voedselresten (ontlasting of faeces)-Anus: kringspier die de endeldarm afsluit. vanguard de slokdarm tot aan de endeldarm vinden peristaltische bewegingen plaats (darmperistaltiek)-kringspieren en lengtespieren in de wand van het darmkanal trekken zich afwisselend samen. -Functie: de voedselbrij voortduwen, kneden en mengen met verteringssappen. Doelstelling 6Speeksel: bevat slijm en amylase. -Slijm: maakt het voedsel glad, waardoor het inslikken gemakkelijker gaat-Amylase: verteert zetmeel tot malt sugar-De speekselproductie wordt geregeld door het autonome zenuwstelstelMaagsap: bevat zoutzuur, slijm en pepsinogeen (een inactief pro-enzym)-Zoutzuur (Hcl): zorgt voor een sterk zuur adjoin waardoor bacteriën in het voedsel worden gedood-Slijm: beschermt de maagwand tegen het maagsap-Pespisnogeen wordt in de maag geactiveerd tot pepsine (positieve terugkoppeling)-Pepsine (peptase): verteert eiwitten tot lange polypeptiden(vrij lange aminozuurketens)Gal: bevat galkleurstoffen en galzure zouten-Galkleurstoffen: afbraakproducten van dode rode bloedcellen-Galzure zouten: emulgeren vetten, waardoor het oppervlak van de vetdruppels wordt vergroot-De galblaas geeft gal af als de pH in de twaalfvingerige darm laag isAlvleessap: de alvleesklier geeft alvleessap af als de pH in de twaalfvingerige darm laag is. -Bevat een basische stof die de pH in de twaalfvingerige darm doet stijgen (pH 8 à 9)-Amylase: verteert zetmeel tot maltose-Trypsine (tryptase): verteert lange polypeptiden tot kortere polypeptiden. -Peptidasen: verteren polypeptiden tot di- en tripeptiden. -Lipase: verteert vetten tot glycerol en vetzuren. Door de vrijgekomen vetzuren daalt de pH van de voedselbrijDarmsap: bevat enzymen die de vertering van eiwitten en koolhydraten voltooien-Maltase verteert maltose tot glucose-Sacharase verteert sacharose tot glucose en fructose-Lactase verteert lactose tot glucose en galactose-Peptidasen verteren di- en tripeptiden tot afzonderlijk aminozurenDoelstelling 7Resorptie: het opnemen van stoffen door darmepitheelcellen-Resorptie kan plaats vinden in het hele darmkanaal-In de dunne darm vindt door het grote oppervlak de meete resorptie plaatsResorptie is een actief process. Dit blijkt o.a. uit:-Er kunnen stoffen worde ngeresorbeerd tegen eht concentratieverval in;-Stoffenworden selectief geresorbeerd;-Bij resorptie vindt in de darmepitheelcellen een intensieve dissimilatie plaats-Door dood darmepitheel kunnen geen stoffen worden geresorbeerdIn de darmepitheelcellen worden vetten gevormd uit glycerol en vetzurenHierna vindt opname plaats in bloed of lymfe. -Aminozuren, monosachariden (o.a glucose), vetten met kleine vetzuren, water, mineralen en vitamines worden opgenomen in het bloed-Vetten met grote vetzuren worden opgenomen in de lymfe. -Het bleod uit de haarvaten van een groot deel van het darmkanaal (van de maag tot aan de dikke darm) stroomt door de poortader naar de lever. If you want to get a full essay, order it on our website: Ordercustompaper.com

If you want to get a full essay, wisit our page: write my paper

No comments:

Post a Comment